May 16, 2018

In West-Europa is de publieke mening ten opzichte van nieuwsmedia meer verdeeld door populistische opvattingen dan links-rechts-ideologie

Frankrijk, Spanje en Italië zijn meer gefragmenteerd in hun nieuwsbronnen en negatiever ten opzichte van de nieuwsmedia dan andere landen

(Nicholas Page/Getty Images)
(Nicholas Page/Getty Images)

In West-Europa is de publieke mening ten opzichte van de nieuwsmedia verdeeld door populistische opvattingen – meer dan vanwege links-rechts-ideologie – volgens een nieuw onderzoek van het Pew Research Center, uitgevoerd in Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.

Uit het onderzoek, waarbij tussen 30 oktober en 20 december 2017 16.114 volwassenen werden ondervraagd, blijkt dat van alle acht landen de landen met populistische opvattingen de nieuwsmedia minder waarderen en vertrouwen en de media lagere scores geven voor verslaggeving over belangrijke onderwerpen zoals immigratie, de economie en misdaad.

In alle acht ondervraagde landen was het 8 tot 31 procentpunten minder waarschijnlijk dat mensen met populistische opvattingen de nieuwsmedia ten minste een beetje vertrouwen, met het grootste verschil in Duitsland, waar 78% van degenen zonder populistische opvattingen aangaf dat ze de nieuwsmedia vertrouwen vergeleken met slechts 47% van degenen met populistische opvattingen.

Mensen die van mening zijn dat gewone mensen beter zouden zijn in het oplossen van de problemen van het land dan volksvertegenwoordigers en dat volksvertegenwoordigers niet geïnteresseerd zijn in wat mensen zoals zij denken – in dit rapport aangeduid als mensen met populistische opvattingen – zijn ook veel minder tevreden over de verslaggeving door de nieuwsmedia over drie belangrijke onderwerpen (immigratie, de economie en misdaad). In Spanje is het bijvoorbeeld 33 procentpunten minder waarschijnlijk dat mensen met populistische opvattingen de verslaggeving over de economie als goed beoordelen dan degenen zonder dergelijke opvattingen. Soortgelijke verschillen werden vastgesteld in Duitsland over immigratie en misdaad: het is 29 tot 31 procentpunten minder waarschijnlijk dat mensen met populistische opvattingen de verslaggeving over deze onderwerpen door de nieuwsmedia loven dan mensen die geen populistische opvattingen hebben.

Ondanks het feit dat mensen met populistische opvattingen veel minder tevreden zijn over de nieuwsmedia en deze veel minder vertrouwen, baseren zij zich vaak op dezelfde primaire nieuwsbron als degenen zonder populistische opvattingen. Dit is het geval in vijf van de acht onderzochte landen: Zweden, Nederland, Duitsland, Spanje en het VK.

Verschillen in gewoontes en meningen ten aanzien van het nieuws ontstaan ook afhankelijk van de regio. In de onderzochte noordelijke Europese landen (Zweden, het VK, Nederland, Duitsland en Denemarken) gebruiken ten minste drie van de tien mensen in elk land hetzelfde kanaal als hun belangrijkste nieuwsbron. In Zuid-Europa (Frankrijk, Italië, Spanje) is het medialandschap meer gefragmenteerd, waarbij geen enkel kanaal door meer dan 21% van de volwassenen werd genoemd als de belangrijke nieuwsbron. Daarnaast stemt in dit gedeelte van Europa de politieke identiteit (links/rechts) overeen met de belangrijkste voorkeuren voor nieuwsbronnen, meer dan populistische opvattingen.

Bovendien is het publieke vertrouwen in de nieuwsmedia aanzienlijk hoger in vier van de ondervraagde noordelijke Europese landen (Denemarken, Duitsland, Nederland en Zweden) dan in de zuidelijke landen (Spanje, Frankrijk en Italië) en het VK.

Andere belangrijke resultaten van het onderzoek zijn:

Mensen in West-Europa beschouwen nieuwsbronnen als partijdiger dan wat hun werkelijke publiek weerspiegelt. In elk land kregen de ondervraagden vragen voorgeschoteld over acht mediakanalen in hun mediaomgeving. Over het algemeen beschreven mensen het kanaal dat ze voor het verkrijgen van nieuws gebruiken, als relatief dicht bij hun eigen politieke identiteit (links/rechts). En waar een kanaal zich volgens het publiek bevindt, verschilt meestal van de politieke identiteit van het werkelijke gemiddelde publiek van dat kanaal. Het publiek dat aangaf gebruik te maken van de kanalen – mensen die zeiden dat ze regelmatig een van de acht nieuwsbronnen volgen – heeft de neiging zich rondom het ideologische centrum te groeperen. Maar mensen die de naam van een nieuwsbron kennen, neigen ertoe deze verder naar links of verder naar rechts te plaatsen dan het publiek dat zelf aangaf dit kanaal te gebruiken, waaruit blijkt dat er polarisatiepercepties in de ondervraagde landen bestaan, ondanks het feit dat de kijkcijfers op kleinere politieke verschillen wijzen.

Vele West-Europeanen volgen het nieuws via sociale media, waarbij Facebook het meest wordt gebruikt. In zeven van de acht onderzochte landen volgt een derde of meer van de volwassenen hun nieuws ten minste dagelijks via sociale media. Het percentage van dit soort mensen is het hoogst in Italië, waar de helft van de volwassenen hun nieuws via sociale media volgt. In Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland is het waarschijnlijker dat mensen met populistische opvattingen hun nieuws vergaren van sociale media dan mensen zonder dergelijke opvattingen. In alle acht landen is Facebook verreweg de vaakst genoemde nieuwsbron onder de sociale media. Meer dan 60% van de mensen die in elk land het nieuws via sociale media volgen, noemt Facebook als het sociale mediaplatform dat ze het meest voor nieuws gebruiken. In veel landen wordt Facebook genoemd als de in het algemeen belangrijkste nieuwsbron door ruwweg 5% van de volwassenen, bijvoorbeeld door 6% van volwassenen in Italië en door 5% in Spanje.

In zeven van de acht landen is het minder waarschijnlijk dat mensen met populistische opvattingen zeggen dat nieuwsmedia zeer belangrijk voor de maatschappij zijn. Verschillen in meningen over het belang van de nieuwsmedia tussen degenen met en zonder populistische opvattingen variëren van slechts 11 procentpunten in Denemarken tot 24 punten in Duitsland. Spanje is het enige land waar er wat deze vraag betreft geen significant verschil bestaat tussen deze twee groepen. Wanneer verschillen tussen links en rechts in deze landen optreden, zijn ze minimaler dan de verschillen op basis van populisme. In Duitsland zegt bijvoorbeeld 70% van degenen die zich links in het ideologische spectrum plaatsen dat de nieuwsmedia zeer belangrijk zijn, vergeleken met 59% van degenen aan de rechterkant: een verschil van 11 procentpunten. In drie landen – Zweden, Denemarken en Spanje – is er wat deze vraag betreft geen significant verschil tussen degenen aan de linker- en rechterkant.

Lees het volledige rapport: http://www.journalism.org/2018/05/14/in-western-europe-public-attitudes-toward-news-media-more-divided-by-populist-views-than-left-right-ideology

Landspecifieke informatiebladen: Toegang tot gegevens over mediadynamiek in elk land (alleen beschikbaar in het Engels): http://www.pewglobal.org/fact-sheet/news-media-and-political-attitudes-in-netherlands/

Zie ook: Een sorteerbare tabel met beoordelingen van de nieuwsmedia over diverse onderwerpen door mensen met en zonder populistische opvattingen, en interactieve gegevens over de vermeende ideologische positie van specifieke nieuwskanalen in elk land (alleen beschikbaar in het Engels).

Meer informatie: Nadere informatie over hoe onderzoekers mediakanalen in elk land selecteerden en hoe populistische opvattingen werden gemeten (alleen beschikbaar in het Engels).